“En nu wil ik mijn gras maaien…”
Argumenten zijn belangrijk, maar zelden doorslaggevend. Minstens zo belangrijk is de ‘gun-factor’. Wordt het u wel gegund om gelijk te krijgen? Paul Frentrop geeft een aardige anecdote in NRC. Hij twijfelt openlijk over de gronden waarop Huub Willems, voorzitter van de Ondernemingskamer tot zijn oordeel kwam. ABN Amro-bestuurder Rijkman Groenink verzuchtte tijdens de rechtszitting van de Ondernemingskamer: “LaSalle is verkocht, dat is een fait accompli. En nu wil ik mijn gras maaien, het is zaterdagmiddag.” Wat was de impact van die opmerking volgens Paul Frentrop?
Ik kan het niet bewijzen, maar vermoed dat hij niet op basis van juridische afwegingen tot zijn oordeel kwam. Ik denk dat de voorzitter van de Ondernemingskamer zijn oordeel vormde naar aanleiding van een uitspraak van de voorzitter van de raad van bestuur van ABN Amro tijdens de zitting. Rijkman Groenink zei daar namelijk: “LaSalle is verkocht, dat is een fait accompli. En nu wil ik mijn gras maaien, het is zaterdagmiddag.”
Groenink had gelijk, het was zaterdagmiddag en de hele zaak miste elke grond, maar zijn optreden was niet verstandig. Als ik rechter was, dan zou ik op zo’n moment ook denken: Hoho mannetje, dat bepaal ik wel. Niets menselijks is rechters immers vreemd. Als gewone mensen een ego hebben, dan hebben rechters dat ook. En ik kan me voorstellen dat op die zaterdagmiddag in de rechtbank te Amsterdam twee ego’s botsten.
Het raakt de kern van overtuigen. Gelijk hebben is nog geen gelijk krijgen. Het is heel begrijpelijk dat Rijkman Groenink lichtelijk gefrustreerd raakte. En volgens een recente uitspraak van de Hoge Raad had hij de beste argumenten. Maar dat doet niets af aan de ‘gun-factor’. Gunde de rechter het wel om ABN Amro in het gelijk te stellen? Gezien de belangen die op het spel stonden, had Rijkman Groenink beter alle risico’s kunnen mijden. En deze opmerking dus voor zich moeten houden.
Of Fentrop gelijk heeft? Ik weet het niet. Vast niet: Huub Willems lijkt me een bekwame en integere rechter. Maar ja, ik wíl het verhaal graag geloven. En misschien is dat wel belangrijker…




Beste Paul,
Interessant, jouw opmerkingen over Huub Willems en Rijkman Groenink. Ik veroorloof mij enkele opmerkingen over hen beiden vanuit eigen waarneming.
Groeninks opmerking over ‘grasmaaien’ rings a clear bell with me. Ik maakte hem mee tijdens de Sarphatistraat-zaak, over het zogenoemde ‘diamantfiliaal’ van ABN Amro, waar grote bedragen aan cashgeld werden geparkeerd die vervolgens op mysterieuze wijze verdwenen. Groenink moest in een laat stadium getuigen in deze zaak. Het begon er al mee dat hij, vlak voordat hij ‘op’ moest, als een soort zware crimineel, omringd door ‘bodyguards’, de rechtszaal werd binnengeleid. Ideetje van Nauta Dutilh, zijn advocatenkantoor, waar hij zich tot het laatste moment had mogen ‘schuilhouden’.
Waarom, in Godsnaam?
De rechtbank, en zeker die van Amsterdam waar de Sarphatistraat-zaak diende, is een van de laatste waarlijk democratische instituten van Nederland. Bankiers als Groenink vinden zichzelf daar terug, wachtend tot hun zaak voorkomt, tussen drugsverslaafden, kleine en grote criminelen, mensen die ruzie hebben met hun werkgever en mensen die ruzie hebben met hun (ex-)echtgeno(o)t(e). Een verhelderende oefening in nederigheid, zou ik zeggen.
Aan Groenink was die in de Sarphatistraat-zaak niet besteed, net zomin, kennelijk, als in de zaak voor de Ondernemingskamer onder voorzitterschap van Huub Willems. In de Sarphatistraat-zaak presidieerde mevrouw Van Schaardenburg de rechtbank. Neem van mij aan: een aardige vrouw, die oprecht probeerde haar verdachten en getuigen op hun gemak te stellen. ‘Heeft u deze zaak nog voorbereid?’, vroeg zij allervriendelijkst aan Groenink.
Waarop deze de kin hief en antwoordde: ‘Jazeker! Ik heb gisteravond een goed glas wijn gedronken met mijn vrouw.’
Waarop ik dacht: so much for Utrechtse corpsballen. Die zijn de leukste, en ook de ergste van allemaal.
Groenink is een Utrechtse corpsbal, als je het nog niet wist.
En dan nog iets: zou er soms – het is maar een idee – sprake kunnen zijn van een heksenjacht tegen Huub Willems? Ik misgun jou uiteraard niet je persoonlijke ideeen over ‘s mans uitspraken. Maar die twee supercommissarissen die hij verordonneerde bij Stork: dat was toch het soort pragmatische oplossing waar Nederlandse rechters over het algemeen niet sterk in zijn. Die twee hebben hun werk gedaan tot tevredenheid van alle betrokkenen, voor zover ik het kan overzien. Sindsdien regent het gepruttel vanuit de ondernemingsjuristenhoek: Willems zou zijn boekje te buiten gaan, hij zou zich buitensporige vrijheden veroorloven, hij zou geen pur sang jurist zijn, hij zou ‘snoepreisjes’ aannemen (zie de Telegraaf van vorige week donderdag, op gezag van een – uiteraard – anonieme collega-raadsheer), en ga zo maar even door.
Zou het kunnen, Paul, dat de rechtspraak net zo gepolitiseerd is als de rest van het openbare leven, en dat rechters, advocaten en juridische hoogleraren net mensen zijn, als jij en ik?
Zou het kunnen, Paul, dat Huub Willems een van de weinige Nederlandse rechters met kloten is?
Hartelijke groet,
Joost Ramaer
Rechters hebben een netwerk, net als andere mensen. Omdat zij voor het leven benoemd zijn, hebben zij een riante positie, ook al verdienen ze niet veel. Zij hebben een machtspositie en dat is ook wat waard. In een zitting maakte ik mee dat de kantonrechter mr. J.J. Groen mij mededeelde dat hij mensen binnen het bedrijf (de tegenpartij, DSM Limburg BV) kende. Natuurlijk kent hij mensen binnen het bedrijf, want het is de grootste werkgever en het zou raar zijn als hij geen mensen kende. Hij kon moeilijk mij (als eenmanszaak) gelijk geven tegenover een groot bedrijf zoals DSM, ook al kon ik bewijzen met schriftelijke stukken dat ik gelijk heb. Zo’n regionale kantonrechter, die in een regionale commissies zit, durft echt niet een multinational zoals DSM tegen de haren in te strijken en paste geen Kantonrechtersformule toe. Hij komt immers de bestuursleden en directeuren weer tegen op recepties, in commissies en in vriendenclubjes en wil niet overgeslagen worden bij uitnodigingen.
Een bedrijf met een miljardenomzet kan echt wel de gebruikelijke ontslagvergoeding betalen, maar hoefde dat niet van de Kantonrechter J.J. Groen.
mr drs R. Winter zegt op 13 december 2007 om 00:15 :
Waar kan ik meer over deze zaak vernemen?