Nederlandse debatcultuur verovert Europa
Nederlanders kunnen niet debatteren. We kunnen nog veel leren van de Britse en Amerikaanse debatcultuur, en Angelsaksische landen niets van ons. Tenminste, dat denken we. De realiteit is gelukkig anders. Vanuit de hele wereld bestaat interesse in de bijzondere wijze waarop het debat in Nederland wordt ingezet binnen organisaties. Voor de derde keer in een jaar tijd besteedde het vooraanstaande zakenblad BusinessWeek deze week uitgebreid aandacht aan het in Rotterdam gevestigde debatbureau Debatrix.
Negen maanden geleden werd Debatrix-oprichter Lars Duursma door BusinessWeek uitgeroepen tot één van de drie meest veelbelovende jonge ondernemers van Europa. In het laatste artikel kijkt het zakenblad of er sindsdien veel is veranderd. Dat blijkt het geval:
Debatrix has gone gangbusters since last fall. Debatrix offers an unusual range of services, including communications coaching and managing public debates for corporate and public-sector clients. In the last year, Duursma says, revenues have soared 300%. (…)
Duursma has become a highly-visible expert on rhetoric and persuasion, appearing often on Dutch TV and radio shows, especially during last fall’s election. The energetic entrepreneur writes frequent newspaper columns on political speech and other topics and has launched a Dutch blog on the art of debate. He’s also at work on what he promises will be a “provocative and entertaining” book about persuasion.
Deze zomer wordt een vestiging geopend in Istanbul. Duursma noemt Turkije in het magazine “één van de grootste en meest aantrekkelijke markten van Europa”. Mogelijk opent Debatrix komend jaar ook elders in Europa debatbureaus. Zou Nederland dan toch beroemd worden om haar debatcultuur?



