Een beter Kamerdebat, dankzij briefjes?!

Gerdi VerbeetIn NRC Handelsblad vandaag een groot interview met Gerdi Verbeet (PvdA), voorzitter van de Tweede Kamer. Bij haar aantreden stelde ze zich ten doel om Kamerdebatten aantrekkelijker te maken. Politici moesten “letterlijk en figuurlijk duidelijke taal spreken”. Zijn de burgers haar dankbaar? “Je personifieert voor veel mensen het democratisch tekort,” zegt ze in het interview. “Maar er zijn ook burgers die vinden dat ik het goed doe.”

Betere debatten in de Tweede Kamer, het is een nobel streven. Elke Kamervoorzitter belooft het bij zijn of haar aantreden – en kennelijk is het bij elke nieuwe voorzitter nog steeds hard nodig om het debat te verlevendigen. Voor welke aanpak heeft Verbeet gekozen? Met name bewindspersonen houden wijdlopige verhalen, zo vertelt ze:

Een aantal bewindspersonen heeft het talent om beknopt te spreken. Anderen hebben dat talent minder. En het is gewoon lastig om een bewindspersoon te onderbreken die midden in zijn betoog zit. Die heeft altijd het idee dat de vólgende zin nou net de cruciale zin is die het antwoord is op alle vragen.

Herkenbaar, inderdaad. Veel politici hebben er een handje van het nieuws te begraven. Het daadwerkelijk interessante punt raakt ondergesneeuwd in een lawine van vaak clichés en dooddoeners. Beter zou het zijn als zij beginnen met een kernachtige samenvatting van hun punt, en het daarna pas uitwerken. Journalisten noemen het ook wel de omgekeerde piramide. Stel dat je oorlogsverslaggever bent en de verbinding elk moment kan wegvallen, hoe bouw je dan je verhaal op? Zo dus: je begint met de kern, en werkt dat later uit. Nóg beter zou het zijn om ook nog eens af te sluiten met de kern.

Briefjes
Maar goed, wat doet Verbeet nou concreet aan het aantrekkelijker maken van de debatten? Ze schrijft briefjes aan de Kamerleden, waarin ze hen aanspoort duidelijker te communiceren.

Mijn uitgangspunt is dat burgers die kijken binnen een minuut of vijf moeten kunnen weten waar het over gaat. Dus schrijf ik wel eens tijdens debatten een briefje aan een Kamerlid, met het advies wat minder afkortingen te gebruiken of een korte toelichting te geven omdat het anders te cryptisch wordt.

Verder blijkt uit het interview dat Geert Wilders – die Verbeet ooit een “enge socialistische oma” noemde – in de Kamer een rol vervult die we zover ik weet nog niet in de media hebben gezien. Hij zit namelijk ook Kamerdebatten voor (zie fragment). Zelfs tijdens het interview, want Verbeet was schor.

[De heer Wilders] is ondervoorzitter. Hij maakt deel uit van het Presidium en kent het reglement van orde op zijn duimpje. Hij past het toe en hij volgt het ook. Maar hij zoek natuurlijk wel, zoals ieder Kamerlid, naar instrumenten binnen die orde die hij kan gebruiken. Alles is politiek. Maar op dit moment (Verbeet wijst in de richting van de grote zaal van de Tweede Kamer) zit hij in mijn plaats de vergadering voor.

Winston Churchill sprak ooit de prachtige woorden: “Let us preach what we practice — let us practice what we preach.” (Een antimetabool, natuurlijk.) Hoe zit het met het taalgebruik van de Kamervoorzitter zelf? Eén fragment is dodelijk:

Nog een taak die niet politiek neutraal is: het adviseren van het staatshoofd bij de kabinetsformatie.
“Het heeft principieel mijn voorkeur dat de nieuwe Kamer heel snel na verkiezingen een debat houdt waarin een formateur wordt aangewezen. Dan kan de Kamer zelf een weging maken van de uitslag en uitmaken wat de volgende stap moet zijn. Maar zolang dat niet zo is, is de koningin degene die de formatie op gang brengt.”

Maar eigenlijk vindt u dat de Koning geen rol moet spelen bij de totstandkoming van een kabinet.
“Dat heb ik niet gezegd. Ik vind dat de koningin het voortreffelijk doet. Zij sluit haast op een algebraïsche wijze aan op alle adviezen die ze krijgt. Een Kameruitspraak zou het transparanter maken. Er wordt al langer gesproken over die mogelijkheid van de Kamer om zelf een informateur voor te dragen.”

Een sterk staaltje politico-babble, zoals Amerikanen dat noemen. Want of ze nu vóór of tegen een actieve rol van het Staatshoofd bij de totstandkoming van een kabinet is, blijft onduidelijk. En natuurlijk begrijp ik haar positie. Zodra Verbeet instemmend antwoordt op de tweede vraag, dan domineert dat direct de krantenkoppen. Maar duidelijke politiek kan ik dit met alle goede wil van de wereld toch niet noemen. Jammer!

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Post to Twitter

2 reacties op “Een beter Kamerdebat, dankzij briefjes?!”

  1. Peter zegt op 18 december 2007 om 15:10 :

    Frans Weisglas stuurde geen briefjes, gaf hij aan in Vrij Nederland:

    U wordt vaak verweten dat u als voorzitter te nadrukkelijk aanwezig bent. Jeltje van Nieuwen­hoven stuurde meestal onopval­lend een briefje wanneer ze zich aan een Kamerlid ergerde, u hamert er meteen op los.
    ‘Ik weet dat dat haar stijl was, maar daar houd ik niet van. Ik vind dat voorzitten een transparant proces moet zijn. Iedereen moet kunnen zien en horen dat ik voorzit. Dat neemt niet weg dat er regelmatig briefjes tussen mij en bevriende Kamerleden heen en weer gaan. Daar staat soms alleen op dat ik een interessant weekend in Glasgow achter de rug heb. Het is je enige communicatiemogelijkheid. Daar zit het eenzame ook in. Andere Kamerleden zitten tussendoor in de bankjes met elkaar te praten. Ik zit daar in mijn eentje. Mijn manier van communiceren is dus even een briefje sturen. Maar nooit om iemand te corrigeren.’

    http://www.vn.nl/Politiek/ArtikelPolitiek/FransWeisglasKamerlidmaatschapWasOoitEenRoeping.htm

  2. mr drs R. Winter zegt op 5 januari 2008 om 22:43 :

    Het communiceren middels briefjes (memo’s) wordt buiten de overheid, bijvoorbeeld in een ziekenhuis, heel vreemd gevonden en beslist niet geaccepteerd. Ook al was schriftelijke communicatie tussen de belangenbehartiger en de arts de enige manier om met de arts in contact te komen, omdat de verpleegsters weigerden telefonisch door te verbinden naar de arts.

    Eigenlijk zou het een leuk idee zijn om de briefjes van Verbeet te verzamelen en te bundelen in een boek over communicatie voor politici. De communicatietips van Verbeet lijken mij interessant en leerzaam.

Laat een reactie achter