De opkomst van de roffel

Tweede KamerIn de Tweede Kamer wordt steeds vaker op de bankjes geroffeld. Zou de kwaliteit van het debat dan echt vooruit gaan? Student politieke geschiedenis Quirijn Visscher heeft een andere verklaring: sinds de Fortuynrevolte in 2002 hebben emotionele uitingen een blijvende plaats gekregen in het politieke debat. En daarbij past dus ook geroffel.

Visscher deed onderzoek naar het geroffel en kwam tot de conclusie dat er drie soorten roffels bestaan:

De plechtigheidsroffel is een alternatief voor het applaus. Het betekent instemming met een vreugdevolle mededeling. Dan is de Tweede Kamer echt een instituut. De strijdroffel is recenter. Die is ongeveer ingevoerd met de komst van de LPF (Lijst Pim Fortuyn). Hij wordt gebruikt om bijval te geven aan een politicus die zich ergens hard voor maakt. De gezelligheidsroffel wordt gebruikt als er hilariteit is of als men de slappe lach heeft. Je moet je voorstellen dat Kamerleden urenlang vergaderen. Dan wil je nog wel eens melig worden.

Steeds meer geroffel

Twee maanden geleden schreef de parlementaire redactie van de Trouw een aardige historische analyse van de roffel. Zo blijkt dat het geroffel tegenwoordig ook in de handelingen wordt opgenomen:

De dienst Verslag en redactie van de Tweede Kamer neemt vanaf 2004 deze uiting van emotie in het debat op in de Handelingen, het verslag van de Kamervergaderingen. Net als applaus en hilariteit wordt ’geroffel op de bankjes’ tussen haakjes in deze annalen vermeld. De stenografen zijn daarin niet helemaal punctueel. Ze vergeten er nog wel eens eentje te vermelden, zoals de roffel die Halsema losmaakte tijdens het heftige Fitna-debat.

Maar de toenemende populariteit is frappant. Een telling leert dat over het jaar 2006 de stenografen vier keer ’geroffel op de bankjes’ boekstaafden, over 2007 in totaal 33 keer en over 2008 niet minder dan 61 keer.

Roffel versus ‘hear, hear’

Helemaal nieuw is het geroffel niet. Sterker nog: het maakt onderdeel van een serie pogingen om het debat te verlevendigen. Hetzelfde Trouw-stuk:

[In 1992 werd] de nieuwe vergaderzaal van de Tweede Kamer met geroffel op de splinternieuwe bankjes ingewijd. Toch poogde in die tijd al Kamervoorzitter Deetman het debat te verlevendigen. Hij opperde in 1996 het idee om het boe-roepen te introduceren als blijk van afkeuring, bijvoorbeeld van een te langdradig betoog. Vier jaar later stelde zijn opvolgster Van Nieuwenhoven voor meer naar het voorbeeld van de Duitse Bondsdag te roffelen op de bankjes en in navolging van de Britse parlementariërs meer ’Hear! Hear!’ te roepen. De Duitse roffel heeft het hier dus gewonnen van het Britse hear-geroep.

Oud-Kamerleden vonden het idee van Van Nieuwenhoven destijds maar niks. Nederland had geen traditie van emotionele uitingen in het politieke debat, het publiek zou denken dat Kamerleden hun werk niet meer serieus namen. De ommezwaai van deftig naar gepassioneerd roffelen volgde uiteindelijk na de Fortuyn-revolte in 2002. De liberaal Frans Weisglas zei bij zijn aantreden als Kamervoorzitter in die hectische periode dat ’de stem van de straat’ meer in de Kamer moest doorklinken. „Het debat in de Kamer moet een betere reflectie zijn van het debat buiten de Kamer.”

En daarom wordt er dus geroffeld op de bankjes. Voor ons.

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Post to Twitter

Eén reactie op “De opkomst van de roffel”

  1. kj zegt op 16 september 2009 om 12:33 :

    Kan me goed voorstellen dat men wel es baldadig wil zijn na zo’n lang politiek debat.

    goede analyse

Laat een reactie achter