Twitterverbod in de Tweede Kamer
Opmerkelijk nieuws. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet zou namelijk een twitterverbod hebben afgekondigd in het parlement. Tenminste, suggereert de kop boven een artikel in de GPD-bladen. Het internationale persbureau Reuters en het ANP hebben een iets andere versie: Gerdi Verbeet zou verschillende bewindslieden, hun topambtenaren en leden van de Tweede Kamer slechts hebben opgeroepen om niet langer online berichtjes te typen wanneer zij zich in het Parlement begeven.
Want wat is er aan de hand? Verschillende bewindslieden posten korte updates op twitter, soms zelfs terwijl ze deelnemen aan de Kamerdebatten. Zo plaatste staatssecretaris De Vries plaatste de afgelopen weken een aantal keer een berichtje op zijn Twitterpagina terwijl hij met de Kamer in debat was. Ook minister Verhagen deed dat, en plaatste bij één van zijn berichtjes zelfs een link naar de website waarop het debat live te volgen was.
Onzin? Betutteling? Of juist een goed idee?
Hypocriet
Ik neig naar het eerste. Het ‘verbod’ lijkt namelijk behoorlijk hypocriet. Elke keer als ik zelf aanwezig ben bij belangrijke Kamerdebatten, dan valt me op hoe nét na de cruciale momenten van elk debat de fractievoorzitters naar de gang rennen, zodat ze daar als eerste Ferry Mingelen en en de zwerm quote-hongerige journalisten te woord kunnen staan. Vaak is het tafereel zo pijnlijk dat de voorzitter maar besluit tot een onderbreking van het debat. Maar soms loopt het debat al een beetje uit, is het programma vol en besluit de voorzitter om toch direct door te gaan met het debat. De eerstvolgende spreker staat vervolgens tot zijn eigen frustratie voor een vrijwel lege zaal. Iedereen die wat voorstelt staat op de gang.
Dit gebeurde bijvoorbeeld tijdens de eerste dag van de Algemene Beschouwingen in 2008. Nog voordat Geert Wilders aan het einde van zijn bijdrage weg was gelopen van het spreekgestoelte, stonden de overige fractievoorzitters op van hun plek om met straffe pas zo snel mogelijk de gang te bereiken. Het is alsvolgt in de officiële handelingen terecht gekomen:
[Wilders] Dit is niet het Nederland van dit kabinet of het Nederland van deze politieke elite, maar dat andere Nederland, ons Nederland, het Nederland van de gewone mensen, die het niet cadeau krijgen. Zij verlangen niets meer dan het behoud van hun eigen Nederland en van hun vrijheid, hun veiligheid, een redelijk salaris en een betere toekomst voor hun kinderen. Die mensen hebben geen andere stem dan de Partij voor de Vrijheid.
Voorzitter: Ten Hoopen
De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Van jongeren kun je veel leren. Deze ervaring heb ik bij mijn eigen kinderen, maar had ik ook in de tijd dat ik voor de klas stond. Dat is al weer even geleden.
Wat geschrapt is uit de handelingen, is dat Arie Slob bezwaar maakte tegen het feit dat er zo weinig interesse was voor zijn bijdrage. Hij weifelde wat, stelde als ik me niet vergis zelfs een korte schorsing voor. Maar de voorzitter — tijdelijk Jan ten Hoopen, aangezien ook Gerdi Verbeet de zaal had verlaten — was onverbiddelijk. Het debat moest doorgaan.
Het komt op mij enigszins hypocriet over als de voorzitter van de Tweede Kamer wél bezwaar maakt tegen politici die het debat volgen en ondertussen een berichtje online zetten (multitasken, het kan!) maar het in het midden van het debat fysiek en massaal de Kamer verlaten door de fractievoorzitters kennelijk geen enkel probleem vormt.
Symptoombestrijding
Bovendien is het symptoombestrijding. Politici kunnen twitteren in het Parlement omdat het debat slaapverwekkend saai is. Hun tweets worden opgepikt door de media omdat die dikwijls interessanter zijn dan hetgeen achter het spreekgestoelte gezegd wordt.
Laten we dáár eens wat aan gaan doen. Dan stopt het getwitter vanzelf.




Hypocriet lijkt me een wat sterk woord. Alleen omdat je niet alles tegelijk kunt verbeteren of mensen er op aanspreken dan maar nergens iets over mogen zeggen vind ik een zwakke redenering.
Daarbij komt ook dat het ‘ ideaalbeeld’ dat hieruit naar voren komt absoluut niet reeel is. Een debat waarbij 150 Kamerleden ALLEMAAL hun zegje doen, is geen werkend debat meer. Het is ook niet nodig: fractievoorzitters of gespecialiseerde woordvoerders kunnen ook prima het partijstandpunt verdedigen. Dat andere aanwezige Kamerleden dan tijd hebben om te twitteren verbaast mij niet zo.
Tot slot denk ik niet dat het nodig is dat de debatten zo interessant zijn dat iedere toevallige voorbijganger het kan volgen (en de media het oppikken). Dan zouden politici iedere keer alles tot de simpelste afkorting ontzettend uitgebreid uitleggen voor mensen die net pas komen kijken, terwijl de Kamerleden zelf het allang begrijpen.