Overzicht: experts over het EénVandaag debat

wouterbosVanavond hebben politieke kopstukken van de zes grootste partijen de verbale degens gekruist in het EénVandaag debat. Debatrix experts Lars Duursma, Victor Vlam, John Bijl en Eric Stam zaten in de zaal. Hoe keken onze experts naar het debat? En wat vinden andere experts?

Victor Vlam

Victor VlamDebatrix-trainer, debatexpert, voerde campagne voor Obama

“Wie op zoek was naar een grote verrassing in de laatste dagen voor de verkiezingen vond het niet in dit debat. Het bracht weinig nieuws. Dezelfde verkiezingskreten, dezelfde thema’s en dezelfde winnaar: Wouter Bos. Maar wat maakt hem zo sterk?

In tegenstelling tot Mark Rutte en Agnes Kant koos Bos zijn doelwitten heel strategisch. De VVD viel hij aan op belastingen en D66 op armoedebeleid bijvoorbeeld om zich van zijn linkse kant te laten zien. Het CDA viel hij in zijn geheel niet aan. Niet onlogisch, de verschillen tussen die partijen zijn onlangs nog voldoende duidelijk geworden. Verder pleegde hij een snoeiharde aanval op de PVV toen hij refereerde aan het incident waarbij PVV’er Hero Brinkman een barman zou hebben bedreigd. Dit was een van de weinige keren dat Wilders daadwerkelijk echt leek te zijn geraakt door een aanval. Ten slotte verpakte hij zijn bijdragen aan het debat pakkend en memorabel. Dat deed hij door telkens zijn boodschap te verwoorden in verhelderende contrasten (“geen ononderhandelbare standpunten, wel ononderhandelbare principes”). Of het genoeg is om verlies tijdens de gemeenteraadsverkiezingen te voorkomen, valt te bezien. Maar met dit optreden profileert Bos zich als de volgende premier van Nederland.

Negatief viel CDA’er Pieter van Geel op. Wat in de Tweede Kamerdebatten misschien volstaat, is hier duidelijk niet genoeg. Te veel afwezig, te veel ambtelijke teksten en te veel in het defensief.

Verder slaagt SP’er Agnes Kant er maar niet in deze debatten te winnen. Met dezelfde standpunten won haar voorganger Jan Marijnissen meestal wel. Het verschil (toch zo’n 14 zetels in de peilingen) is geheel te wijten aan een boze en permanent verongelijkte houding. In dit debat had ze een nieuw dieptepunt toen ze keihard op de man speelde tegen Wilders: “niet de islam is een bedreiging voor de samenleving, maar ik durf hier de stelling aan dat de heer Wilders het probleem is voor de samenleving.” Haar doelgroep zal voor een deel twijfelen of ze SP of PVV stemmen. Met zo’n opmerking vervreemdt ze zich van haar eigen kiezers.”

John Bijl

John BijlGespreksleider, trainer, debatexpert

Landelijke politici laten debatteren over lokale thema’s. Dat was de uitdaging van EénVandaag. Door het kijkerspanel te vragen welke issues de leden het belangrijkste vonden om tot hun keuze op 3 maart te komen, werd een poging gedaan het debat van een lokaal tintje te voorzien. Een poging, want de stellingen, die als thema’s in het debat fungeerden, leken eerder gekozen om spektakel tussen sprekers te genereren dan ze uit te dagen het debat met vorm én inhoud te voeren.

Met de opzet van het debat werd Geert Wilders op zijn wenken bediend. Zowel qua stellingen als qua vorm. De keuze voor de stelling “de Islam is een bedreiging voor de Nederlandse samenleving” is een onbegrijpelijke. Nog afgezien van het feit dat dit feitelijk een onderzoeksstelling is, bevindt zich dit debat volledig op het terrein van Wilders. Hij is de enige voorstander; alle anderen zijn tegen. En het heeft nauwelijks met gemeentelijke maatregelen te maken. Goed, Wilders heeft al iets geroepen over hoofddoekjes en openbare gebouwen, maar enkel voor de twee gemeentes waar Wilders’ PVV meedoet is dit relevant.

Ook de opzet van het debat lijkt goed te passen bij de omgeving waar vooral Wilders zich op z’n gemak voelt. Wilders voelt zich lekker bij intense debatten, waar in hoog tempo reacties op elkaar volgen omdat de vorm de inhoud nu eenmaal dwingt. Deze opzet leidt tot one-liners en ‘me-too’-gedrag in plaats van argumenten.

Ondanks deze voordelen kon hij minder goed voet aan de grond krijgen dan in veel debatten het geval was. Wilders leek in veel debatten te hebberig om terug te komen op z’n goed voorbereide uitspraken over ‘tuig’, over ‘Henk en Anja betalen voor Ali en Mohammed’ en opmerkingen over moslims met een PvdA-lidmaatschap zonder veel of überhaupt aandacht te besteden aan de stellingen, vragen of tegenwerpingen die hij kreeg. Het maakt de ronkende opmerkingen eerder ongepast dan raak.

Verder is het zo dat Wilders van de anderen toch voldoende ruimte krijgt om deze punten op die manier en op deze momenten te maken. Ze lijken graag mee te gaan in de toon en formule. Het contrast met een vraag die na afloop van de tv-uitzending werd gesteld illustreert dit. Wilders kreeg de vraag uit het publiek, niet van de gesprekleider of andere debaters. De inspreker, die getuige de sjaal van CDA-huize moet zijn geweest, wilde weten of Wilders niet bang was dat door zijn toon de Marokkanen, Turken en andere allochtonen die het wél goed doen, hun mogelijke voorbeeldfunctie niet meer zouden willen of zelfs kunnen vervullen. Het moet gezegd worden dat de sfeer tijdens dit gedeelte van de bijeenkomst het toe liet om wat meer ruimte te nemen en niet in korte beantwoording een paar stevige opmerkingen door het debat heen te banjeren. Wilders had (daarom?) meer moeite met de vraag en wilde haast paniekerig naar de voor hem veilige punten over capuchons en hoofddoekjes.Het is verrassend om te zien hoe veel andere debaters Wilders weer de voor hem zo veilige en zo beschermde ruimte op te zoeken en vast te houden.

Zoals gezegd, Wilders kreeg ondanks dat hij voor het grotere gedeelte op de avond op veilige grond stond toch minder de ruimte dan anders. En dat komt op het conto van PvdA-leider Wouter Bos. Want ook Bos heeft net als Wilders zijn debatstrategie gekozen en voelt zich bij elk debat veiliger en sterker in die rol. De rol van Staatsman. Bos, door andere analisten ook al als winnaar van de avond aangewezen, vervulde de staatsmannen-rol met verve. Steeds bleef hij beschouwend en reflectief (“het gaat niet over een tientje belasting, maar mensen vragen zich af of ze hun baan nog wel hebben”) en zelfs de anderen de les lezend (“U noemt belasting gif voor de samenleving, maar dan wil ik u erop wijzen dat uw salaris, de politie worden betaald uit de belasting” naar Rutte en “Het heeft geen zin om op de man te spelen” naar Kant.) Bos kiest een positie die hem bevalt. Hij plaatst zijn opmerkingen vooral richting het publiek en de kijker, en negeert met graagte dat de peilingen noch het huidige aantal zetels de positie rechtvaardigt. Bos houdt de houding aan sinds zijn één-op-één-debat met Pechtold bij Pauw & Witteman enkele weken terug en liet op dezelfde vriendelijke wijze de beschuldiging symboolpolitiek te bedrijven van zich afglijden met een groots “maar ik vind het symbóól zo belangrijk!”.

Bos’ houding was daarmee niet zo zeer bepalend voor de dynamiek of het verloop van het debat, maar wel voor de conclusies. Met vanuit helikopter-view gegeven beschouwingen als “In Nederland trouwen moslim-burgemeesters homo’s waar ze door een katholieke pastoor worden geweigerd” zette hij dan wel niet het meest zijn inhoudelijke punten, maar wel zijn rol neer.

De overige sprekers leken slechts passagiers in dit debat. Rutte viel positief op door zijn rake gebruik van contrasten en voorbeelden. Rutte’s “dat kost ieder huishouden één kar boodschappen” en “windmolens draaien niet op wind maar op subsidie” kleurden het debat. Het jammere was echter dat deze opmerkingen vooral gericht schoten op de standpunten van anderen en niet werden gebruikt ter ondersteuning van de plannen van Rutte’s eigen VVD. Het meer neerzetten van dat alternatief op het speelveld die tijdens het debat tussen voornamelijk sprekers Kant, Pechtold en Wilders werd gecreëerd had zijn positie verstevigd.

Ondanks dat Kant en Pechtold het meest van allen over eigen beleidsvoorstellen hebben gesproken wisten ze beide weinig hun eigen stempel op het debat te drukken. Pechtold wist D66-zorgen over de last voor toekomstige generaties, het ‘vergroenen’ van de belastingen en meer oog voor het individu dan voor groepen in het debat op de agenda te zetten, maar verviel te vaak in ambtelijke, stoffige of onbegrijpelijke taal (met ‘leefvorm neutraal beleid’ als absoluut dieptepunt) of liet zich verleiden tot een wedstrijdje over elkaar heen buitelen van problemen met Rutte of Bos. Daarbij: de in dit debat als middenmoter opererende Pechtold leek niet te willen of kunnen kiezen tussen een beschouwende of participerende rol in het debat en kon daardoor geen duidelijke indruk of zelfs ruimte maken.

In negatieve zin vallen debaters Kant en Van Geel weer op. Ironisch genoeg lijken ze elkaars tegengestelde. Kant was minder maar nog steeds happerig, verstard en verongelijkt en zette zich daarmee eerst op vorm en daarna inhoudelijk buitenspel. De Marijnissiaanse voorbeelden en retoriek komen door haar gebrek aan charme en flair van de Grote Rode Meester niet tot hun recht. De toch ietwat voorzichtig begonnen, maar o zo spraakmakende opmerking dat “niet de Islam maar Wilders de grootste bedreiging” is, leek een sprong in het nauw van een kat in het donker. Het leverde vermanende woorden op van alle debaters en met name, zoals al aangehaald, door ‘staatsman’ Bos.

Van Geel is de anti-Kant. Veel van wat hij zegt is wellicht door ambtelijk personeel nog te begrijpen. Niet dat hij onzin verkoopt. Integendeel. Zijn beantwoording en reacties snijden hout, maar worden zo weggestopt in vijf of meer bijzinnen dat niet meer te achterhalen is waar het punt precies omging. Gecombineerd met zijn behoefte om op dezelfde stoffige toon te blijven te spreken én zijn voorliefde om de woorden te richten niet aan de kiezer in de zaal of thuis maar aan de gespreksleider of een opponent, maakt het dat zijn optreden onzichtbaar was of zelfs dempend leek te werken.

Concluderend mag gezegd worden dat de opzet van dit debat en de inzet van de sprekers voor een niet alleen informatieve maar ook vermakelijke bijeenkomst zorgden. Ondanks dat de relevantie voor gemeentelijke onderwerpen ontbrak en de sprekers niet over die schaduw heen konden springen, daagden de gespreksleiders de debaters meermaals uit om onderwerpen breder te trekken of vragen te beantwoorden. En al leek het tweede alleen via internet uitgezonden deel beter te werken in een andere dynamiek, beperkte het officiële deel zich niet alleen tot one-liner-gedrag waar eerdere debatten in vervielen. De laatste les is toch dat een goede voorbereiding helpt. Niet alleen is de EenVandaag redactie maanden geleden al begonnen met het kiezen en doorspreken van de vorm, ook Wouter Bos heeft zijn overwinning deels te danken aan z’n voorbereiding. Voor beide geldt dat de waarde ervan te zien is geweest. Voor tv en in de zaal leverde het een goed verlopend debat op, voor Wouter Bos dat hij mooie punten kan maken.

Bos: “Ik bestrijdt wat u zegt maar zal vechten voor u recht om het te zeggen. En ik blijf strijden totdat moslims en christen in dit land in hand en hand over straat kunnen.” Iemand die in één alinea met het grootste gemak naar én Voltaire én Marten Luther King verwijst, weet waar hij mee bezig is niet alleen tijdens maar ook voorafgaand aan het debat.

Lars Duursma

Lars DuursmaDirecteur Debatrix, debatexpert, wereldkampioen debatteren

“In de aula van de Erasmus Universiteit toonde Wouter Bos zich vandaag de sterkste debater. Hij werd hard aangepakt door de andere debaters, maar reageerde steeds scherp en respectvol op de aanvallen. Als een staatsman positioneerde hij zich boven de partijen.

Hoewel het debat beter op gang kwam dan veel van de andere verkiezingsdebatten tussen de landelijke kopstukken, zal de kiezer niet veel wijzer zijn geworden in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Daarvoor ging het debat teveel over landelijke issues. De debaters lieten veel kansen liggen het debat terug te voeren naar lokale thema’s, vooral op momenten dat zij op landelijke issues werden aangevallen. Toen Agnes Kant begon over de kosten van de JSF, werd Pieter van Geel in het defensief gedrongen. En dat terwijl een scherp antwoord voor de hand lag: ‘Mevrouw Kant, deze verkiezingen gaan niet over de JSF. Geeft u de kiezer eens één voorbeeld van een gemeente die een straaljager wil kopen?’

Geert Wilders was na een ontspannen opening zeer fel aanwezig en werd daarbij geholpen door de stellingen die eenderde van het debat over moslims lieten gaan. Hij formuleerde duidelijk en bracht zijn belangrijkste standpunten zelfverzekerd naar voren. Reageren deed hij nauwelijks. En in vergelijking met eerdere debatten sprak hij weinig namens zijn potentiële doelgroep (‘de mensen in het land willen…’).

Mark Rutte viel positief op. Zijn sterkste moment was toen hij boven Wilders en Bos ging staan en hen beiden een gebrek aan oplossingen verweet. Verder veel ingestudeerde formuleringen die we vaker van hem horen (‘windmolens draaien niet op wind maar subsidie’). En toch kon hij niet zijn stempel op het debat drukken.

Alexander Pechtold zette geen sterk verhaal neer. Hij oogde zenuwachtig door met name in het eerste halfuur veel versprekingen. Ook gebruikte hij veel jargon (‘leefvormneutraal’?!) en kwam hij een paar keer onnodig en omhandig terug op eerdere gespreksonderwerpen. Hij kwam pas in zijn element toen hij Wilders kon aanvallen.

Agnes Kant was vooral erg onzichtbaar, en wat ze zei was te abstract. De keuze was tussen links of rechts, tussen liberaal of sociaal (op zich al verwarrend: want staat links nu gelijk met liberaal, en rechts met sociaal?). En ze had een HSL-gevoel bij de kilometerbeprijzig. Zonder te zeggen wat ze daarmee bedoelde. En aan te even welke oplossingen de SP biedt.

Pieter van Geel was bijna even onzichtbaar en verder vooral verwarrend. Toen Kant CDA-standpunten aanviel, zei hij dat hij het daarmee eens was, om vervolgens weer het tegendeel te beweren. En op zich krachtige statemens werden begraven in een veelal onbegrijpelijke woordenbrei.

Een aanfluiting was de gebruikelijke peiling van het EenVandaag opiniepanel. Deze meet vooral de politieke voorkeur van een niet-representatieve steekproef. Beter zou het zijn om een representatieve doelgroep vóór en na het debat te peilen, om zo de ’shift of opinion’ te zien.”

Eric Stam

Eric StamTrainer bij Debatrix, Nederlands kampioen debatteren

“Bos was zowel inhoudelijk als retorisch het sterkst van allemaal. Hij durfde het bijvoorbeeld aan om belastingen principieel te verdedigen en het fileprobleem als onoplosbaar te bestempelen. Bovendien had Bos “geluk” dat hij het 1-op-1-debat over de islam met Wilders mocht voeren. Pechtold zal daar niet blij mee zijn geweest, gezien zijn opgebouwde imago als Wilders’ meest principiële tegenstander. Zijn kritiek op de EénVandaag-redactie maakte dit een beetje goed: Pechtold verweet hen om eenderde van de uitzending te besteden aan een stelling waarin vooral Wilders ruimte kreeg (“De islam is een gevaar voor Nederland”). Ook het bijbehorende introductiefilmpje noemde Pechtold tendentieus, omdat “gewone straatcrimininaliteit hier aan de islam wordt gekoppeld”. Het was minder effectief dan Bos, maar het was toch een sprankje staatsmanschap.

Het presentatieduo zorgde niet voor een vliegende start en scherpe (vervolg)vragen. De opening op Wilders (“het is nationale complimentendag, aan wie wilt u een compliment uitdelen?”) was gezapig. Pechtolds antwoord op de vraag dat hij geen premier wilde worden, hoewel eenderde van alle Nederlanders hem graag aan het roer wilde zien, kreeg geen vervolg. Toen Wilders zijn stelling weer eens nadrukkelijk betrok op “Marrokkaans straattuig” en “statistieken over criminaliteit” binnen deze ethische groep, gebruikte Mark Rutte nog een overtreffende trap: onder Antilliaanse jongeren lag de criminaliteit nog hoger. De vraag dringt zich op hoe beiden die statistieken verklaren. Voor sommigen dreigt het misschien onsmakelijk te worden, maar een redactie en presentatieduo die ervoor kiest om deze stelling centraal te stellen, moet vervolgens ook durven vragen aan zowel Wilders als Rutte: “Hoe verklaart u dan de hogere criminaliteit onder Antilliaanse jongeren?”

Femke Halsema werd node gemist. Al met al een debat waar de PvdA blij mee zal zijn en andere partijen niet veel van zullen merken.”

Anderen over het debat

  • Tijdens de TV uitzending werd bekend gemaakt dat het EénVandaag kijkerspanel Wilders verkoos tot winnaar (32%), gevolgd door Bos (24%), Pechtold (14%), Kant (13%), Rutte (9%) en Van Geel (5%). De vraag is hoeveel waarde je hier aan moet hechten. Iedereen kan zich aanmelden voor dit kijkerspanel en het is dus geen representatieve afspiegeling van de Nederlandse bevolking.
  • Staatssecretaris Jack de Vries (CDA) bij De Wereld Draait Door: “Door over Brinkman te beginnen bevond Bos zich op de speelhelft, onder de gordel, van Wilders terwijl hij zelf een goed verhaal had.” “De fout van het debat…het is onbegrijpelijk dat Agnes Kant zich zo laat kennen door tegen Wilders op de man te spelen”

Ben je het met hen eens? Of juist niet? Of ben je ergens anders een interessante analyse tegengekomen? Laat het hieronder weten!

Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Eén reactie op “Overzicht: experts over het EénVandaag debat”

  1. Overzicht: experts over het EénVandaag debat | Debatrix, laat u overtuigen! zegt op 3 maart 2010 om 13:13 :

    [...] het meest complete overzicht van alle analyses op de [...]

Laat een reactie achter